Home » Uitleg

Uitleg

Introduction to trampolining, in Dutch

Trampolinespringen is een bijzonder spectaculaire sport om te zien. Er gebeurt van alles tegelijk. En dat is nu net het probleem voor mensen die geen kennis van deze sport hebben. Want wat gebeurt er nu allemaal precies en wat betekent dat allemaal? Dit stukje is dan ook bedoeld voor deze mensen. We leggen de belangrijkste regels even uit, zodat u van het trampolinespringen kunt genieten en ook nog weet wat er gebeurt.

En u bent niet de enige die dit jaar vreemd opkijkt van de cijfers en de standen. Ook de ervaren trampolinekijker had deze keer iets heel nieuws om rekening mee te houden, namelijk de vluchttijd. Met ingang van 2011 telt namelijk de tijd dat de springer in de lucht is mee voor het puntentotaal. Een nieuw en spannend onderdeel dus, dat de uitslag zeker heeft beïnvloed.

Een trampolinewedstrijd bestaat uit drie oefeningen: een oefening met verplichte sprongfiguren en twee oefeningen die de springer helemaal zelf mag samenstellen. Iedere oefening bestaat dan weer uit tien sprongfiguren. Een springer begint met een aantal rechtstandige sprongen om hoogte te krijgen. Daarna volgen tien sprongfiguren met elk een combinatie van draaien en salto’s. Let op: ook buik- en ruglandingen tellen als sprong. Bij de beste springers zult u voornamelijk dubbele salto’s zien, gecombineerd met allerlei schroeven. En dat op een oppervlak van zo’n 2×4 meter.

De truc is om zo mooi mogelijk te springen, met zo weinig mogelijk uitvoeringsfouten. Oftewel: tenen strekken, goed spannen, rechte benen, op hoogte blijven en goed in het midden springen. Dat levert veel punten op. Daarnaast is het belangrijk om zo veel mogelijk salto’s te combineren met schroeven op verschillende momenten. En dan nu natuurlijk de vluchttijd erbij. Het berekenen daarvan gebeurt gelukkig elektronisch. Onder de trampoline hangt een apparaatje dat meet wanneer de springer de trampoline verlaat (omhoog springt) en wanneer hij weer landt (omlaag). Zo wordt de tijd gemeten dat de springer in de lucht is. Deze tijd, in secondes, wordt dan opgeteld bij het cijfer. Dit betekent dat er zomaar 18 punten bij een score opgeteld kunnen worden.

Deze nieuwe regel betekent dat de springer meer zal gaan focussen op hoger springen. Hierdoor is er ook meer ruimte om de sprongen mooi uit te voeren. Maar het brengt tevens risico met zich mee: de balans is wat moeilijker te bewaren op grotere hoogte. Als de springer een hele moeilijke sprong gaat uitvoeren, legt de trainer soms een matje op de rand. Als er dan iets dreigt mis te gaan kan de trainer het matje op de trampoline schuiven om zo een eventuele val van de springer te breken. Gaat er wat mis, de springer mist bijvoorbeeld een vering helemaal, raakt de rand of komt op de valmat terecht, dan is de oefening gelijk afgelopen. Niks overnieuw beginnen of verdergaan, zoals dat bijvoorbeeld bij turnen wel mag, gewoon over en uit.

Is de springer klaar met springen, al dan niet met een volledige oefening, dan bepaalt de jury het cijfer. Vijf juryleden beoordelen hoe mooi een springer gesprongen heeft, twee andere juryleden bepalen de moeilijkheid van de oefening. Daarnaast is er een hoofdjury die bij de trampoline staat en kijkt of de springer bijvoorbeeld de rand raakt. Dit jurylid is eindverantwoordelijk en geeft aan de andere juryleden door of ze extra aftrek toe moeten passen. En dan nu natuurlijk een jurylid dat de apparatuur bedient die de vluchttijd meet.

De moeilijkheid wordt berekend aan de hand van het aantal draaien om de lengte- en breedte-as. In principe levert een hele salto een halve punt op en een hele schroef 0,2 punten. Er zijn springers op de Flower Cup die meer dan 14 punten moeilijkheid springen, en dat in tien sprongen. Reken maar uit hoeveel draaien die maken, je zou er duizelig van worden.

De uitvoering (netheid) wordt beoordeeld op een schaal van 0 tot 10: maximaal 1 punt per sprong. Je hebt van de vijf juryleden dan vijf cijfers. Het hoogste en het laagste cijfer vallen af, de andere drie worden opgeteld. Vervolgens wordt de vluchttijd hierbij opgeteld. Al laatste komt het moeilijkheidscijfer erbij en je hebt de score die de springer voor zijn oefening krijgt.

Hopelijk heeft u zo een duidelijker beeld van wat er allemaal op die trampoline gebeurt. Waarom sommige dingen gebeuren en wat ze voor consequenties hebben. Tot zover het technische gedeelte. We raden u aan om nu vooral te gaan genieten, want dat is toch eigenlijk waarvoor u komt. Heel erg veel plezier gewenst en we hopen dat het een spectaculaire en spannende wedstrijd wordt.

Uitleg van de puntentelling