First routine

From the on-line FIG Code of Points 2017-2020:

L. Requirements for the first routine – Trampoline

Valid from 1st January 2017

  1. Requirements for the first routine of FIG events:
    1. The routine consists of 10 different elements, each with a minimum of 270° somersault rotation.
    2. Four (4) elements, marked with an asterisk (*) on the competition card, will have difficulty ratings. The difficulty will be added to the execution score to give the total score for the first routine.
    3. None of these four (4) elements may be repeated in the second routine of the qualifying round otherwise the difficulty will not be counted.
  2. Requirements for the first routine of the Qualifying Round for Juniors:
    The routine consists of ten (10) different elements, only one (1) element allowed with less than 270° somersault rotation. Each element meeting the requirement must be marked with an asterisk (*) on the competition card. These requirements cannot be fulfilled by combining them into one element but must be performed as separate elements.

    1. one (1) element to front or back,
    2. one (1) element from front or back – in combination with requirement No. 1,
    3. one (1) double front or back somersault with or without twist and
    4. one (1) element with a minimum of 540° twist and minimum of 360° somersault rotation.

Dutch text De vereisten zijn sinds 2005 ongewijzigd, behalve dat vanaf 2017 vier sprongen moeilijkheidsgraad krijgen (bij de senioren). Een Nederlandse vertaling:

  1. Vereisten voor de eerste oefening van FIG-wedstrijden:
    1. De oefening bestaat uit 10 verschillende sprongen, elk met minimaal 270° saltorotatie.
    2. De moeilijkheidswaarde van vier (4) sprongen zal meegeteld worden. Deze sprongen moeten op de wedstrijdkaart gemarkeerd worden met een sterretje (*). De moeilijkheidswaarde zal bij de uitvoeringsscore opgeteld worden om de totale score voor de eerste oefening te bepalen.
    3. Geen van deze vier (4) sprongen mag herhaald worden in de tweede oefening van de voorronden, anders zal de moeilijkheid niet meetellen.
  2. Vereisten voor de eerste oefening van de voorrondes tijdens Jeugdkampioenschappen:
    De oefening bestaat uit tien (10) verschillende sprongen, waarbij er maar één sprong wordt toegelaten die geen 270° saltorotatie heeft. Elke vereiste moet op de wedstrijdkaart gemarkeerd worden met een sterretje (*). De vereisten kunnen niet gerealiseerd worden door de combinatie van twee vereisten in één sprong, maar moeten als aparte sprongen uitgevoerd worden.

    1. één (1) sprong tot buik of rug
    2. één (1) sprong van op buik of rug – in combinatie met vereiste nummer 1
    3. één (1) voorwaartse of rugwaartse dubbele salto met of zonder schroef en
    4. één (1) sprong met minimaal 540° schroefrotatie en minimaal 360° saltorotatie